J´ai rendezvous avec vous
Ringetje
In de keuken staan groene
rubberen kaplaarzen die me hier op Los Tres Pinos heel goed van pas komen. Op
blote voeten, zoals de hele hete zomer lang of nu in de herfst met kousenvoeten.
Het gevoel in die laarzen te glijden en naar de honden te gaan voor hun rondje
´paseo social´ over het land voor ons huis doet me denken aan een foto van mij
als jongetje van een jaar of zes.
In de herfst van 1952
word ik op de Goese Korenmarkt gefotografeerd door een rondreizend fotograaf.
Ik sta voor de zijkant van het consultatiebureau en kijk ernstig in de lens. Ik
draag een korte broek, een jack en kaplaarzen. Deze foto kan ik niet meer terugvinden.
Zoals zoveel foto´s, boeken, grammofoonplaten ergens bij mijn verhuizingen zijn
kwijtgeraakt.
In de nacht van 31
januari op 1 februari 1953 breken de dijken door. Het is zondagmorgen 1
februari en zoals iedere zondag gaan mijn broer Frits en ik bij opa en opoe Cosijn
op de Schoorsteenvegerssingel langs. Via de hal gaat er een korte trap naar
beneden waar de woonkeuken is die op de lange tuin uitkijkt. Opoe Cosijn, Jeane
van Boxtel zoals ze van zichzelf heet, haalt in haar zenuwen met blote handen
de gloeiende kolen uit de kachel, niet in het besef dat wanneer het water zou
komen er zeker geen brand uit zou breken. Het water komt niet op de
Schoorsteenvegerssingel.
Wel komt de familie
Hoogstraate, geëvacueerd uit het overstroomde Kruiningen naar de
Eigenhaardstraat. Vader Hoogstraate, een kleine man, draagt een militair
uniform. Ineke is één van de kinderen.
Naast de smederij van
smid Vader op de Goese Korenmarkt is een brandgang die toegang geeft tot de tuinen
achter de Loskade. We zitten met zijn vieren bij elkaar. Ineke zit tegenover mij.
Een klein frêle meisje met een fijn getekend gezichtje omringd door kort, krullend
haar. Ze ziet wat bleek en iets in haar blik vertelt van de ontzetting haar
huis te ontvluchten omdat het water komt. Is ze alles verloren? Ik vraag het
niet, zoals ik ook niet vraag hoe ze aan het littekentje komt in de vorm van
een ringetje als een half maatje op haar kleine neusje. Er komt een gevoel in
mij op dat ik niet ken en waar een paar jaar later door Cliff en The Shadows
over gezongen wordt: “I got a funny feeling that I´m falling in love with you” maar
dan speel ik zelf al gitaar en zing in de woonkamer van Suus Jongepier aan de
Penninghoek en Suus speelt haar accordeon.
´Ringetje´noemde mijn
ouders haar want iedereen had een bijnaam. Frits, vijf jaar ouder dan ik, was
al verder op het pad van de liefde en een meisje uit de Dokstraat trok zijn
aandacht. Ze had lang benen waarmee ze goed kon hinkelen. ´Brinta Spring In´t
Veld´ noemde ons moeder haar om hem te plagen. Frits en ik spraken niet met
elkaar over dat soort gevoelens. Wel hinderde het hem enorm dat Marietje
Verhulst, een meisje met het syndroom van down ook dol op hem was en hard door
de straat riep: “Friks!! Friks!!” als ze hem zag.
De foto van het
jongetje op de Goese Korenmarkt heb ik niet meer, maar ik voel nog de zon van
het middaguur en kijk in de lens.






