miércoles, 2 de diciembre de 2020

 J´ai rendezvous avec vous

Ringetje

In de keuken staan groene rubberen kaplaarzen die me hier op Los Tres Pinos heel goed van pas komen. Op blote voeten, zoals de hele hete zomer lang of nu in de herfst met kousenvoeten. Het gevoel in die laarzen te glijden en naar de honden te gaan voor hun rondje ´paseo social´ over het land voor ons huis doet me denken aan een foto van mij als jongetje van een jaar of zes.

In de herfst van 1952 word ik op de Goese Korenmarkt gefotografeerd door een rondreizend fotograaf. Ik sta voor de zijkant van het consultatiebureau en kijk ernstig in de lens. Ik draag een korte broek, een jack en kaplaarzen. Deze foto kan ik niet meer terugvinden. Zoals zoveel foto´s, boeken, grammofoonplaten ergens bij mijn verhuizingen zijn kwijtgeraakt.  

In de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 breken de dijken door. Het is zondagmorgen 1 februari en zoals iedere zondag gaan mijn broer Frits en ik bij opa en opoe Cosijn op de Schoorsteenvegerssingel langs. Via de hal gaat er een korte trap naar beneden waar de woonkeuken is die op de lange tuin uitkijkt. Opoe Cosijn, Jeane van Boxtel zoals ze van zichzelf heet, haalt in haar zenuwen met blote handen de gloeiende kolen uit de kachel, niet in het besef dat wanneer het water zou komen er zeker geen brand uit zou breken. Het water komt niet op de Schoorsteenvegerssingel.

Wel komt de familie Hoogstraate, geëvacueerd uit het overstroomde Kruiningen naar de Eigenhaardstraat. Vader Hoogstraate, een kleine man, draagt een militair uniform. Ineke is één van de kinderen.

Naast de smederij van smid Vader op de Goese Korenmarkt is een brandgang die toegang geeft tot de tuinen achter de Loskade. We zitten met zijn vieren bij elkaar. Ineke zit tegenover mij. Een klein frêle meisje met een fijn getekend gezichtje omringd door kort, krullend haar. Ze ziet wat bleek en iets in haar blik vertelt van de ontzetting haar huis te ontvluchten omdat het water komt. Is ze alles verloren? Ik vraag het niet, zoals ik ook niet vraag hoe ze aan het littekentje komt in de vorm van een ringetje als een half maatje op haar kleine neusje. Er komt een gevoel in mij op dat ik niet ken en waar een paar jaar later door Cliff en The Shadows over gezongen wordt: “I got a funny feeling that I´m falling in love with you” maar dan speel ik zelf al gitaar en zing in de woonkamer van Suus Jongepier aan de Penninghoek en Suus speelt haar accordeon.

´Ringetje´noemde mijn ouders haar want iedereen had een bijnaam. Frits, vijf jaar ouder dan ik, was al verder op het pad van de liefde en een meisje uit de Dokstraat trok zijn aandacht. Ze had lang benen waarmee ze goed kon hinkelen. ´Brinta Spring In´t Veld´ noemde ons moeder haar om hem te plagen. Frits en ik spraken niet met elkaar over dat soort gevoelens. Wel hinderde het hem enorm dat Marietje Verhulst, een meisje met het syndroom van down ook dol op hem was en hard door de straat riep: “Friks!! Friks!!” als ze hem zag.

De foto van het jongetje op de Goese Korenmarkt heb ik niet meer, maar ik voel nog de zon van het middaguur en kijk in de lens.













Beirut In The Fourties (Next Stop Loneliness)

Next Stop Loneliness  heeft als thema de stad Beirut in de jaren 40 van de vorige eeuw. Beirut in the 1940s was  a transformative decade, ma...