J´ai rendezvous avec vous
De
burrie
Loop
je vanaf de Goese Korenmarkt de Eigenhaardstraat in sla je aan het eind linksaf dan kijk je naar de Nieuwepoort met zicht op de Lange Jan. Aan de linkerkant was
in de jaren 50 het winkeltje van Maranus. ´t Boerenvrouwtje hielp je vanachter
haar toonbankje aan een kauwgombal of een zakje
dropjes. Mijn vader rookte Miss Blanche. Zaterdagsmiddags ging ik met
hem mee om een pakje van tien te kopen. Hij moest bukken om het winkeltje
binnen te komen. Die lange vader Frans en dat kleine boerenvrouwtje met haar
mutsje op. Maranus zelf was een onooglijk mannetje met een druipneus en een
schipperspet. Hij kwam bij ons aan de deur om de huur op te halen. Als mijn
moeder hem het geld gaf schreef hij dat tegen de deurpost op in een beduimeld
boekje. Het boerenvrouwtje was vriendelijk en in het winkeltje rook het naar
tabak en snoep. Als je wormen nodig had om onderaan de Bellinkbrug aan de kant
van de Kinderdijk te gaan vissen, nam ze je mee achter het winkeltje waar een
mesthoop lag. Met een blikje in de hand ging je op zoek naar dikke vette wormen
waar de vissen wel in zouden bijten. Ik kan me niet herinneren ooit wat
gevangen te hebben maar het lager gelegen aanlegsteigertje naast de brug was
een beschutte plek waar je in het donker-groenige water de Rouaaanse Kaai
weerspiegeld zag.
Voor
broer Frits, vijf jaar ouder dan ik, maakte opa Frits Cosijn in de tuin van het
Schoorsteenvegerssingeltje een karretje, een burrie, zoals opa dat noemde. De
burrie luidde Frits zijn handelsloopbaan in. Hij ging ermee naar ´t
boerenvrouwtje en knapte voor haar allerlei karweitjes op. Het vervoeren van de
mest, het wegbrengen van de lege dozen en oud papier dat hij naar Van Oorschot
in een van de voormalige VOC-pakhuizen aan de Kuiperspoort bracht. Een keer
kwam hij thuis met een doos Mascottevloeitjes. De vloeitjes plakten niet meer.
Ik was nog te klein voor dat soort zaken.
Frits
en ik gingen vaak naar opa en opoe. Via het halletje, waar op een tafel een
accordeon stond ging je met een korte trap naar beneden. Je kwam dan in de
woonkeuken, die weer uitkeek op de lange tuin. Aan het eind van de tuin was het
Achtersingelje, dat weer grensde aan het Vlissings Bolwerk.
Opa
hield van “dollen” zoals opoe dat noemde en deed dan goocheltrucs. Met drie
halve walnoten en een kersenpit liet hij me raden waar de pit gebleven was. Zo
moet hij in het café menig biertje gewonnen hebben, want dat lustte hij graag.
Hij bokste met mij om de vetlederen medaille, die hij uit een dikke lap bruin
leer sneedt. Als ik won hing hij mij die om aan een leren veter. Hij noemde mij
Sonnie en zong met Al Jolson op de radio mee. Ome Jantje, de jongere broer van
mijn moeder Anneke had een accordeon en als hij thuis was speelde hij de
begeleiding. Ome Jantje had een neef Mieleke met wie hij tijdens de
kermiscoursen wielrende. Ze reden in Heinkenszand of ´s Heerenhoek. Gingen met
de boot over naar Zeeuws Vlaanderen om daar of zelfs in België te coursen. Het
ging hun om de gezelligheid, de meisjes en het meedoen. Winnen deden ze niet en
reden vaak de cours niet uit om aan te leggen in een cafeetje en het stof met
een biertje weg te spoelen. Onze Jan,
zoals hij door de zussen Ciska, Anneke, Marieke en Gonneke werd genoemd, leek
op zijn moeder. Een knappe pezige jongen met donker golvend haar, waar Bob
Biezen zaterdagsmiddags een slag in legde. Hij lag goed bij de meisjes en samen
met Mieleke beleefde hij menig avontuur, waarvan ik wel eens smeuïge details
opving waar ik nog niets van begreep. Ome Jantje zou trouwen met een pronte
blonde dame uit Terneuzen met de fraaie naam Jopie van Fraaijenhove. Ze kregen
twee kinderen, de oudste, een meisje werd Diana genoemd naar opoe Jeane. Zoon
Kees trok vele jaren later bij mij in de Burgemeester Dregmasstraat in. Hij
ging de Pedagogische Academie doen. Diana zag ik bij de begrafenis van opoe.
Het was een mooie jonge vrouw geworden.


No hay comentarios:
Publicar un comentario