J´ai rendezvous avec vous
Linksaf
Hoe komt het dat ik niet in Breda, Roosendaal, Tilburg of Den Bosch geboren ben maar in Middelburg, midden op het eiland Walcheren en hoofdstad van Zeeland?
De familie van mijn moeder, Anneke Cosijn komt oorspronkelijk uit Antwerpen. Er is een foto van opa Frits Cosijn waarbij vader Jan Joseph met zijn zonen poseert voor een kermisattractie en een andere foto waar opa Frits met zijn broers op het terras van een Antwerps café zit. Deze foto´s zag ik bij tante Rieke en ome Jo. Na hun overlijden kwamen deze foto´s in het bezit van de zus van Jo, Ria, getrouwd met Frans Buijs, tussen 1987 en 2000 eigenaar van Hotel Britannia in Vlissingen. Ik vroeg hem of hij mij die foto´s kon mailen, maar dat is nooit gebeurd.
Mijn moeder vertelde met liefde hoe ze in de winkel van opa Jan Joseph kon ronddwalen. Het Volkswarenhuis moet een soort van Hema geweest zijn waar allerhande artikelen te koop waren. Later zou ome Frans, bijgenaamd Kijs en ome Guust, bijgenaamd De Woest er het eerste Dumppaleis vestigen. Deze winkel verhuisde in de jaren zestig naar de Korte Delft, waar ik beide mannen in stofjas aantrof, zittend bij de grote potkachel als ik door mijn moeder om een spijkerbroek gestuurd werd. Ik kreeg er ooit een blauwe glazen asbak met de afbeelding van James Dean bij cadeau.
Ik heb de opa en oma van mijn moeder nooit gekend. Wel zag ik ooit een pasfoto van opa Jan Joseph Cosijn. Een krachtige kop met een flinke knevel. Ma moet erg gesteld geweest zijn op deze mensen. Ze hield er een passie aan over om op de markt en in kledingzaken uren te kunnen dwalen en blouses, rokken en jurken uit de rekken te halen om uiteindelijk wat te kopen en later weer te verkopen. Vaak vergezeld van tante Rieke, een jongere zus, die uitstekend kon verstellen en naaien.
De broers en neven van opa Frits begonnen allemaal zaken. De vader van ome Henk Cosijn een winkel in ijzerwaren in de Lange Delft. Zijn moeder noemden wij tante Lies. Een jodin waarvan de hele familie in de Tweede Wereldoorlog is weggevoerd. Zij had twee zoons en een dochter: Jan, Henk en Esther. Ome Henk werd groot in de huizenhandel. “Kieten”, zoals hij die noemde. Hij zou zich tussen de culturele incrowd van Middelburg vestigen in de gerenoveerde Spanjaardstraat en jennend het uithangbordje Henk Cosijn – Koopman naast de deur hangen.
Frits Cosijn, de vader van mijn moeder was de laatste om uiteindelijk ook te gaan wonen, in plaats van rond te reizen in een met een paard bespannen woonwagen. Dit is hem tot de dood van opoe Jeane kwalijk genomen door haar familie, die ik pas zag bij haar begrafenis. In de Koepoortstraat waar ze toen woonden was stennis uitgebroken over de begrafenis zonder “priemerik” ofwel pastoor. In grote getale was de familie van opoe in Fords en Chevrolets daar aangekomen om krijsend geld op tafel te smijten voor een degelijke begrafenis, inclusief meneer pastoor. De “baron” werd opa genoemd omdat hij was gaan “wonen” en kon lezen en schrijven, wat wel weer gemakkelijk was als er een uitkering aangevraagd of iets anders op papier met de gemeente geregeld diende te worden.
Ik zie de vrouwen nog staan om het graf van opoe. Klein van gestalte, donker van teint, eerder zuid Europees dan Brabants. Het lange zwarte haar veelal grijs.
Logement ´t Hoekje_Winterstraat-Vlissings Wagenplein
Vlissingsestraat-Middelburg, voormalig Volkswarenhuis, later het Dumppaleis



